BLOG: De lessen van corona

Publicatiedatum: maandag 23 maart 2020

Wat kunnen we leren van het coronavirus? Hoe bieden we deze crisis het hoofd? Wat is de invloed ervan op de transitie naar een circulaire economie? De teamleden van Circulair Friesland delen inzichten vanaf hun thuiswerkplek. Houkje Rijpstra, algemeen directeur, trapt af.

Het is een surrealistische wereld waarin we zijn wakker geworden, deze lentemaand van 2020. Zoals onze minister-president Mark Rutte memoreerde: gebeurt dit echt? Over de hele wereld zijn de gevolgen merkbaar, niet in de laatste plaats bij de mensen die zelf direct worden getroffen door het coronavirus.

Never waste a good crisis

Nu de nieuwe realiteit indaalt en we beginnen te wennen aan een andere vorm van samenleven, met alle hiccups (hamsteren, ontkennen van de ernst) die daarbij horen, kunnen we gaan nadenken over wat deze crisis ons zou kunnen brengen. Never waste a good crisis, is het niet? Voor de overgang naar een circulaire economie zou deze situatie weleens van cruciaal belang kunnen zijn, al kunnen we dat natuurlijk pas achteraf beoordelen. Transities gaan altijd schoksgewijs. Mogelijk is de huidige pandemie brandstof voor zo’n sprong voorwaarts.

Herkomst grondstoffen en halffabricaten

Een voorbeeld: wereldwijd volgen maatregelen elkaar op in oplopende zwaarte en wordt pijnlijk duidelijk hoe onlogisch we onze economie hebben ingericht de afgelopen decennia. De vloeistof die nodig is voor coronatests blijkt op slechts 2 plaatsen geproduceerd te worden: in het Chinese Wuhan en Noord-Italië. Vrijwel al onze medicijnen komen uit Indiase fabrieken en de onderdelen van Apple-producten allemaal uit China. Dit rijtje kan moeiteloos worden aangevuld met vele andere grondstoffen en halffabricaten (zoals de onderdelen voor beademingsapparatuur van Philips) die de halve wereld over moeten om tot een eindproduct te komen.

Kans: veerkrachtig en adaptief systeem

In een circulaire economie werk je met korte ketens, waardoor het gesleep én de bijbehorende sociale en milieuschade zoveel mogelijk worden beperkt. Het systeem zou zo moeten werken dat het veerkrachtig en adaptief is, waardoor je kunt schakelen. Wat zou het goed zijn wanneer landen en bedrijven processen zo gaan inrichten dat ze nooit weer zo afhankelijk zullen zijn van gebieden ver weg, dat lage lonen niet langer alles bepalend zullen zijn. En dan direct zorgen dat de werk- en leefomstandigheden en betaling van de arbeiders daar op een fatsoenlijk niveau komen (fairtrade), zodat de almaar toenemende ongelijkheid wereldwijd wordt aangepakt. Uiteindelijk worden we daar allemaal beter van. We hebben nu de kans!

– Houkje Rijpstra